va vous faciliter la vie

ondernemingsloket

Hoofdelijke aansprakelijkheid van vennootschappen en van hun mandatarissen

 

Het ontslag van een orgaan van dagelijks bestuur van een vennootschap, bevrijdt deze niet van alle verantwoordelijkheden. Het feit ooit in een raad van bestuur gezeteld te hebben als mandataris, kan gedurende vele jaren gevolgen hebben zowel voor de onderneming als voor haar (ex) mandataris. Wat sociale bijdragen betreft, blijft hun lot voor lange tijd innig verbonden.

De hoofdelijke of solidaire verantwoordelijkheid is een juridisch begrip dat in verschillende domeinen toegepast wordt. Hierbij wordt van uitgegaan dat één of meerdere fysieke of rechtspersonen, elk afzonderlijk, gehouden zijn tot de totaliteit van de verplichtingen van een ander fysiek of rechtspersoon die nalaat zijn verplichting na te komen, zelfs indien de oorspronkelijke verantwoordelijkheid voor de verplichting bij deze laatste ontstaan is. De hoofdelijke verantwoordelijkheid is van openbare orde, wat wil zeggen dat men er zich niet van kan ontdoen dan door de middelen die de betrokken wet uitdrukkelijk voorschrijft.

Jaarlijkse bijdrage ten laste van de vennootschappen.

De Programmawet van 30 december 1992 vestigt in Titel III, Hoofdstuk II (art. 88 tem 106) een jaarlijkse bijdrage waarvan de opbrengst het regime van de sociale zekerheid van de zelfstandigen financiert.

Art. 91. De vennootschappen zijn een jaarlijkse forfaitaire bijdrage verschuldigd.

                De Koning stelt, opdat het van toepassing zal zijn vanaf 2004, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, de door vennootschappen verschuldigde bijdragen vast, maar zonder dat deze de 868 EUR kunnen overschrijden. Hierbij kan Hij een onderscheid maken op basis van criteria die rekening houden met  de omvang van de vennootschap.

Hoewel regelmatig op de rooster gelegd bij het Grondwettelijk Hof, dat zijn opmerkingen en bezwaren kenbaar gemaakt heeft, heeft het hof deze bijdrage nooit als onwettelijk beschouwd. Wat sommigen ook mogen denken.

De bijdrage is verschuldigd door de vennootschap, voor zover deze een commerciële of burgerrechtelijke activiteit gehad heeft in de loop van het jaar. Art. 92bis bepaalt dat, om vrijgesteld te worden, de vennootschappen een attest van de Administratie der Directe Belastingen moeten kunnen voorleggen « … dat zij gedurende één of meerdere volledige kalenderjaren geen handels- of burgerrechtelijke activiteit hebben uitgeoefend …”. Het feit een commerciële of burgerrechtelijke activiteit gehad te hebben gedurende, al was het maar één dag, verplicht de vennootschap tot de betaling van de bijdrage.

Daarenboven, vinden we in art. 98 dat « De werkende vennoten, bestuurders of zaakvoerders zijn samen met de vennootschap hoofdelijk gehouden tot de betaling van de door deze laatste verschuldigde bijdrage, verhogingen en kosten.» Dit introduceert hier het begrip van hoofdelijke verantwoordelijkheid in het inningsmechanisme van deze bijdrage.

Eenmaal de schuld vast staat en voor zover de onderneming deze niet betaalt, zullen de zaakvoerders, bestuurders en werkende vennoten, elk afzonderlijk, verantwoordelijk zijn voor de betaling van het geheel van de bijdrage, alsook van de verhogingen, kosten en gerechtelijke intresten. De wet maakt hierbij geen enkel onderscheid tussen betaalde of gratis mandaten. In de rechtspraak vinden we nog recentelijk bevestiging dat het mandaat dat over een deel van het jaar loopt, geen grond is om de verantwoordelijkheid van de mandataris te beperken (Arbeidshof van Brussel, 14 maart 2014, R.G. n° 2013/AB/379). De bestuurder of de zaakvoerder die uit zijn functie stapt in de loop van het jaar, bevrijdt zich aldus niet van zijn solidaire verantwoordelijkheid op het gebied van de jaarlijkse bijdrage van de vennootschap omdat hij aanwezig was ten tijde (lees: “in het jaar van”) van de vestiging van de verplichting. Alle mandatarissen die elkaar opvolgen in de loop van het jaar waarin de bijdrage verschuldigd is, zullen, elk afzonderlijk, verantwoordelijk geacht worden voor de betaling van het totaal van die bijdrage.

Al deze regels in acht genomen, is het dus niet ondenkbeeldig dat een onderneming, die haar activiteiten stopzet en waarvan de bestuurders ontslag nemen op 2 januari om alles gelijktijdig te laten verlopen, de vennootschapsbijdrage voor dat jaar verschuldigd is en de bestuurders hier persoonlijk verantwoordelijk gesteld worden voor de bijdrage, de verhogingen, de kosten en de gerechtelijke intresten.

Persoonlijke sociale bijdragen van de mandatarissen van vennootschappen.

Het Koninklijk Besluit van 27 juli 1967 « Koninklijk besluit nr. 38 houdende inrichting van het sociaal statuut der zelfstandigen » bepaalt duidelijk het idee van solidariteit, op het gebied van de persoonlijke bijdragen van de mandatarissen, tussen de vennootschap(pen) en haar mandatarissen en werkende vennoten in zijn art. 15.

Art. 15.§ 1er. De bijdragen zijn verschuldigd bij vierden in de loop van ieder kalenderkwartaal; ze worden geïnd door de sociale verzekeringskas bedoeld in artikel 20, § 1, of § 3, waarbij de onderworpene is aangesloten.

                         De Koning bepaalt de wijze waarop de driemaandelijkse bijdragen worden geïnd.

De zelfstandige is, samen met de helper, hoofdelijk gehouden tot de betaling van de door deze laatste verschuldigde bijdragen. Hetzelfde geldt voor de rechtspersonen voor de bijdragen en de administratieve geldboete bedoeld in artikel 17bis verschuldigd door hun vennoten of mandatarissen.

                         Wanneer de echtgenoot-helper is onderworpen in de plaats van zijn echtgenote, is deze laatste hoofdelijk gehouden tot betaling van de bijdragen welke haar man verschuldigd is.

                         In de gevallen voorzien in de twee voorgaande alinea's kunnen de bijdragen gevorderd worden van de hoofdelijk aansprakelijke personen, zelfs indien de onderworpene vrijstelling heeft bekomen bij beslissing van de Commissie bedoeld in artikel 22.

Hier is het meteen duidelijk (zie vette tekst) dat het sociaal verzekeringsfonds van de mandataris, alle vennootschappen waarin hij zetelt in gebreke zal stellen om de bijdragen van hun mandataris te betalen indien hijzelf het niet doet. Zelfs indien de bestuurder, zaakvoerder of werkend vennoot, ten persoonlijke titel, een vrijstelling zou bekomen hebben, dan nog zijn de hoofdelijk aansprakelijke vennootschappen steeds gehouden tot de betaling ervan. Het fonds zoekt dan ook alle vennootschappen op waarin de persoon zetelt om bij hen, elk individueel, de bijdragen op te eisen alsook de verhogingen, kosten en gerechtelijke intresten. Noteer terloops dat, hier ook, geen onderscheid gemaakt wordt tussen vennootschappen waarin de mandataris voor zijn job vergoed wordt of gratis zetelt.

Net zoals, in het eerste geval, de mandataris verantwoordelijk is voor de betaling van de vennootschapsbijdrage van de onderneming die ook maar één dag gewerkt heeft, is de vennootschap verantwoordelijk voor de betaling van de kwartaalbijdragen van de periode (ook de onvolledige) waarin de mandataris zetelde.

Top