Basiskennis Bedrijfsbeheer

Vous pouvez prouver vos connaissances de gestion de base via un diplôme ou un acte :

  • Je kan de kennis van het bedrijfsbeheer via een diploma of akte aantonen:
  • getuigschrift basiskennis van het bedrijfsbeheer
  • hoger onderwijs of universiteit
  • getuigschrift van een erkende versnelde cursus bedrijfsbeheer (160 uur)
  • getuigschrift basiskennis bedrijfsbeheer van de centrale examencommissies

Of één van volgende diploma’s, als je ze hebt behaald vóór 30 september 2000:

  • getuigschrift hoger algemeen, kunst- of technisch secundair onderwijs (volledig leerplan)
  • getuigschrift hoger BSO afdeling handel, boekhouding of verkoop (volledig leerplan)
  • getuigschrift eerste jaar van de opleiding tot ondernemingshoofd
  • diploma of getuigschrift onderwijs voor sociale promotie
  • aanvullend getuigschrift bedrijfsbeheer

Je kan de kennis ook aantonen op basis van je praktijkervaring in een handels-, ambachts-, of land- of tuinbouwonderneming, als zelfstandig ondernemer, orgaan van het bestuur, zelfstandig helper of bediende in een leidende functie. Hieronder vind je een schema hoe je praktijkervaring moet bewijzen naargelang de ervaring die je hebt.

 

Je hebt praktijkervaring als :

Het gaat om minstens :

Je toont je ervaring aan op basis van :

zelfstandig ondernemer

 

3 jaar hoofdberoep of

5 jaar bijberoep en dit in de loop van de laatste 15 jaar

 

een uittreksel uit de KBO waaruit het bewijs van inschrijving als handels- of ambachtsonderneming, of land- of tuinbouwactiviteit blijkt

en

een attest van het sociaal verzekeringsfonds (met vermelding van begin- en einddatum, en de hoedanigheid)

orgaan van het (dagelijks) bestuur van een vennootschap (zoals gedelegeerd bestuurder of zaakvoerder)

 

3 jaar hoofdberoep of

5 jaar bijberoep en dit in de loop van de laatste 15 jaar

 

een bewijs van benoeming en een bewijs van inschrijving van de vennootschap als handelsonderneming (een uittreksel uit de KBO)

en

een attest van het sociaal verzekeringsfonds (met vermelding van begin- en einddatum en de hoedanigheid)

zelfstandig helper van een ondernemingshoofd

 

minstens 5 jaar in de loop van de laatste 15 jaar

 

een verklaring van het zelfstandig ondernemingshoofd

en

een attest van het sociaal verzekeringsfonds

meewerkend echtgenoot of echtgenote

 

minstens 5 jaar in de loop van de laatste 15 jaar

 

een verklaring van het zelfstandig ondernemingshoofd

en

een attest van het sociaal verzekeringsfonds

Bediende in een leidende functie, als adjunct van het ondernemingshoofd, van de zaakvoerder of gedelegeerd bestuurder met gedelegeerde verantwoordelijkheden ofwel als lid van de staf met beleidsopdrachten of verantwoordelijke voor een afdeling

 

minstens 5 jaar in de loop van de laatste 15 jaar

 

een werkgeversgetuigschrift

en

individuele rekeningen van 5 jaar

In bepaalde gevallen hoef je je basiskennis bedrijfsbeheer niet, of niet onmiddellijk, aan te tonen:

Als je een activiteit uitoefent met een eigen reglementering over de basiskennis van het bedrijfsbeheer. Dat geldt voor de beroepen opgesomd in onderstaande tabel. In de tabel vind je ook welke voorafgaande machtiging je nodig hebt om het beroep te mogen uitoefenen.

Je vrijstelling om je basiskennis van het bedrijfsbeheer aan te tonen geldt alleen als je de machtiging voor het beroep hebt, en als je het beroep ook echt uitoefent.

BEROEP

MACHTIGING

Vastgoedmakelaar

Stagiair-vastgoedmakelaar

Erkenning van het Beroepsinstituut van Vastgoedmakelaars (BIV)

 

Verzekeringsagent

Verzekeringsmakelaar

Bankagent/bankmakelaar

Erkenning van het FSMA (Financial Services and Markets Authority)

Directeur van een autorijschool

Brevet I van beroepsbekwaamheid van de FOD Mobiliteit en Vervoer

Vervoerder van personen (of reizigers) over de weg

Vervoerder van goederen over de weg

Vervoerder van goederen over de binnenwateren

Vergunning van de FOD Mobiliteit en Vervoer

Als je nog geen vervoersvergunning hebt bij je aanvraag tot inschrijving, kan een getuigschrift van vakbekwaamheid aanvaard worden om vrijstelling te verlenen. Dit getuigschrift wordt afgeleverd op naam van een natuurlijke persoon. Het kan worden gebruikt om de vergunning op naam van de onderneming te krijgen.

Als je bedrijf géén kmo is, hoef je geen basiskennis bedrijfsbeheer aan te tonen. Dat betekent dat je aan minstens 1 van volgende voorwaarden voldoet:

  • Je hebt gemiddeld meer dan 50 werknemers op jaarbasis.
  • Minstens 25% van de aandelen zijn in handen van één of meer niet-kmo’s.
  • Je hebt een jaaromzet groter dan 7 miljoen euro of een jaarbalans groter dan 5 miljoen euro.

Als je een onderneming overneemt, gelden de volgende regels.

  • Als je een onderneming overneemt, heb je in de meeste gevallen 1 jaar tijd om je ondernemingsvaardigheden te bewijzen. Hieraan zijn wel voorwaarden verbonden: tussen de stopzetting van de overlater en de start van de overnemer mag maximum 1 maand liggen en het moet gaan om de overname van de volledige onderneming en niet slechts een deel ervan.
  • Word je zaakvoerder of bestuurder van de onderneming van je overleden echtgenoot/echtgenote, je overleden wettelijk samenwonende partner of partner met wie je al minstens 6 maanden samenwoonde, dan hoef je geen bewijs te leveren.
  • Als je een onderneming overneemt van je overleden ouder(s), dan hoef je de eerste drie jaar geen bewijs te leveren. Ben je minderjarig bij de overname, dan begint de termijn van 3 jaar te lopen vanaf je 18e verjaardag.

Als je aanspraak kan maken op verworven recht, hoef je geen kennis van het bedrijfsbeheer te bewijzen. De wetgeving over het bewijzen van de kennis bedrijfsbeheer is van kracht sinds 1 januari 1999. Had jij voor die datum een eenmanszaak die was ingeschreven in het handels- of ambachtsregister, dan hoef je de basiskennis van het bedrijfsbeheer vandaag niet aan te tonen, ook niet als je je zelfstandige activiteit sinds die tijd hebt stopgezet, op voorwaarde dat de stopzettingsdatum na 21 februari 1998 ligt.

Had je voor 1 januari 1999 een vennootschap die was ingeschreven in het handels- of ambachtsregister, dan geldt het verworven recht enkel voor de vennootschap zelf, maar niet voor de zaakvoerders of bestuurders. Wanneer deze vennootschap dan van zaakvoerder of bestuurder wijzigt, hoeft deze niet in te staan voor de bedrijfsbeheer. De zaakvoerders van deze vennootschap kunnen echter geen aanspraak maken op het verworven recht.